Klooster

Op 27 maart 1909 werd op verzoek van het R.K. Kerkbestuur van Bergharen door Burgemeester en Wethouders vergunning verleend tot de bouw van een klooster in Bergharen.

Er waren jaren van voorbereiding aan vooraf gegaan. Het waren schenkingen van enige parochianen en van een pastoor, die tot de stichting van dit klooster hebben geleid. Architect Fransen uit Roermond, destijds ook architect van de parochiekerk, maakte de tekeningen en berekeningen. Bedoeling was aanvankelijk een Liefdesgesticht met gasthuis, maar uiteindelijk werd het een klooster met school. Aannemer W. Smeets uit Schijndel bouwde het. De bouw en architectkosten bedroegen f 24.806,25. Op 6 november 1910 werd de kapel door Mgr. van de Ven geconsacreerd en de eerste vier zusters van de Goddelijke Voorzienigheid uit Steyl trokken er al op 10 juni 1910 in.

Het was een slechte tijd en zo was het al vele jaren, maar het zijn juist de slechte tijden geweest, waarin de kerken zo sterk zijn geweest en pogingen ondernamen om vanuit de geestelijke stand hulp te krijgen voor het onderwijs, de volksgezondheid en het hele kerkelijk gebeuren.

Het klooster na 1966.

Er was geen geld en toch kwam er een klooster. Kloosterlingen waren nodig, die wisten wat het betekende offers te brengen en die wisten te leven in eenvoud en altijd dag en nacht klaar stonden om te helpen in de grote noden van de arme bevolking. Want arm was het volk hier. De rijken, die er slechts schaars waren, hadden niettemin de overhand. Voor de rijke werd gebogen, was ontzag, viel men als ’t ware op de knieën. Wat de rijke echter niet deed voor de arme buurman, vriend of dorpsgenoot, deed hij wel voor de zusters en voor de kerk zelf, waardoor deze op hun beurt toch wel de helpende hand konden bieden. Zo kregen de zusters een bestaansrecht en bestaansmogelijkheden. De onderwijskrachten van de lagere school, afwisselend met twee of één, hadden dan wel een- salaris maar de overige zusters hadden geen inkomsten. Er kwam ook een kleuterschool, in die tijd be¬waarschool genoemd en de zuster daarvan werkte belangeloos, want het kleuter¬onderwijs werd niet betaald, tenzij met een geringe bijdrage van de gemeente van een paar honderd gulden. Hieraan kwamen de zusters nog duidelijk tekort, want er moest. worden gestookt en materialen gekocht en de klas onderhouden. De geringe bijdragen van de ouders zetten geen zoden aan de dijk. Daarbij kwam ook nog, dat met ingang van 1910 het bijzonder onderwijs was ingevoerd en een splitsing volgde van de jongens- en de meisjesschool. Dat bijzonder onderwijs kreeg pas gelijkstelling met het openbaar onderwijs bij de invoering van de Lager Onderwijswet 1920 met ingang van 1921 en dus moest met weinig geld toch worden getracht goed onderwijs te geven.

Moeders tijdens de kookcursus

Het aantal zusters breidde op 1 mei 1911 uit tot zes en later tot acht. Zij hebben duidelijk een bepaalde stempel gedrukt op het leven hier in Bergharen. Bezieling en opoffering waren de goede voorbeelden. De opvoeding der jeugd werd ter hand genomen. Mentaliteit verbeterd, verantwoordelijkheid bijgebracht. In 1910 werd ook al gestart met een naaischool. En daarvan profiteerden niet alleen de moeders en dochters uit Bergharen, maar ook die van Herren, Leur en zelfs ‘Batenburg, Horssen en Deest.

In 1956 kwam daaraan een einde, omdat her en der de huishoudscholen werden opgericht. Van 1931 tot 1934 waren er zelfs slacht-, kook- en inmaakcursussen. Als gevolg hiervan werden ook leken meer bedreven in dergelijke cursussen en gingen de Boerinnenbonden dit overnemen. Het werk in het klooster was voor de zusters zelf. Ja, zelfs het werk in de tuin werd zoveel mogelijk door haar zelf verricht. De een of de andere boer bracht wel een paar vrachten mest en een enkele ging er die mest ook nog onderspitten, maar voor het verdere tuinieren hadden ze niemand nodig. Ze teelden de eigen groenten en zorgden ook voor de wintervoorraad. In de keuken hebben ze er een reeks van jaren een gerenomeerde kracht gehad in zuster Richmundus, ten Duitse zuster, die nog voor keizer Wilhelm had gekookt. Geen wonder, werd hier dan ook gezegd, dat die keizer in 1918 naar ons land vluchtte.

Tot 1957 werden er zelfs ieder jaar een of twee varkens vet gemest en geslacht en er was een kippenhok, ‘de kiepenstal fiir die Wihner’ zei zuster Gottfrida het altijd in gebroken Duits. Dat dit kippenhok in 1958 afbrandde mag natuurlijk ook niet onvermeld blijven. De Bergharenaren waren voortaan wel zo goed wat meer hutspotten, kippeneieren, fruit en melk het klooster binnen te brengen. Melk trouwens van het begin af aan door een paar boeren, die dat op zich hadden genomen. Dat was dan de broodnodige hulp aan de zusters, die sober leefden en dag en nacht klaar stonden. Er was nog meer. Op het gebied van de volksgezondheid was er alleen de dokter en die. woonde niet eens in het eigen dorp en de baakster die hielp bij bevallingen. Er was geen Kruisvereniging en daarom gingen enkele zusters zich aan de ziekenzorg wijden. Zij gingen ook nachtwakers bij hen, die in stervensgevaar verkeerden. Versieringen in de kerk en de kerkwas behoorden tot de zorg van de zusters. Al werden de tijden beter voor de mensen na de Tweede Wereldoorlog, toch kwam het zelfs na 1950 nog voor, dat de zusters er moeite mee hadden om de rekeningen betaald te krijgen. Ze gingen zelfs spinnen om er iets mee te verdienen voor het noodzakelijke levensonderhoud.

Het klooster was ook een dankbaar toegangsoord voor de missionarissen. Ze lazen er de H. Missen in de eigen zusterskapel en waren welkom in de spreekkamer, waar altijd wel iets was, dat wees op de grote gastvrijheid. Jarenlang hielden doktoren uit Druten er spreekuur totdat in 1955/1956 het wijkgebouw in gebruik werd genomen. Zelfs Sinterklaas werd er gastvrij ontvangen om er zich wat op te monteren en na het uitdelen van zijn gulle gaven uit te rusten en zelfs gul te worden bedeeld. Dan waren er ook nog de verenigingen, die terecht konden in het schoolgedeelte. De toneelvereniging repeteerde er en gaf er uitvoeringen. Het zangkoor kreeg er onderdak en ook de rijdansclub. De fanfare was er thuis als deze naar elders uit moest wijken. Maar het aantal zusters verminderde door het afnemen van de kloosterroepingen en de dreiging van het sluiten van het klooster hing een paar jaar boven het hoofd van de zusters. In 1960 bij het gouden bestaan, dat nog zo luisterrijk door de hele bevolking werd gevierd, verschenen er al wolkjes aan de kloosterhemel en die hebben zich geleidelijk aan uitgebreid. In 1966 was het zover. Na het eindigen van het schooljaar zijn de zusters vertrokken na een roerend afscheid van school en bevolking. De laatste vijf overgeblevenen, de zusters Ferdinandi, Bonifatie, Norbertha, Andoletus en Joseph werden uitgezwaaid. Meer dan ooit hebben de zusters toen beseft hoe groot de aanhankelijkheid van de Bergharense bevolking jegens de zusters is geweest. Daarbij werd als afscheidscadeau nog een groot bedrag bijeen gebracht voor de missie in Brazilië.

Het contact is gebleven. Nog een aantal Bergharenaren bezoekt van jaar tot jaar de intussen oude zusters in de diverse kloosters, veelal in Limburg, die zelf het wel en wee in Bergharen nog zoveel mogelijk bijhouden en meebeleven. Het is enige tijd onzeker geweest waarvoor het klooster in gebruik zou worden genomen. Er zijn toen twee gezinnen in gekomen, die intussen zijn vertrokken en na meer dan een jaar leegstand wonen er sinds een paar jaar drie gezinnen. De aangebouwde lagere en kleuterschool bleven, zij het onder éénhoofdige leiding van het hoofd van de St. Jozefschool. In 1972 is de lagere school door uitbreiding geheel bij de St. Jozefschool gevoegd en de lokalen zijn in gebruik genomen door de St. Annakleuterschool. In 1978 werd op het terrein een houten lokaaltje geplaatst; welk als peuterspeelzaal dienst doet.

Kleuterschool in 1983.

De kleuterschool en het gehele terrein er bij komen per 1 januari 1984 in handen van de gemeente, omdat de kleuterschool overhuist naar de nieuwe St. Jozef-school, die bijna gereed is. Het blijft voorlopig een zelfstandige school, maar zodra de intregatie van kleuter- en basisschool een feit is -dit had volgens de regeringsplannen al in 1983 gerealiseerd moeten zijn- wordt het een basisschool. De kleuterschool wordt verkocht en op dit moment is de bestemming nog niet geregeld. Daarmee is dan een einde gekomen aan ambitieuze plannen, welke in 1909 zijn opgezet. Na 75 jaar zijn klooster en school verdwenen, maar de vruchten er van en de gebouwen zelf leven voort. De gehele geschiedenis ervan loont best de moeite om er bij gelegenheid een boekje van uit te geven.