Kermissen

Het ontstaan van de kermis dateert al uit de middeleeuwen en had toen de betekenis van een jaarlijkse plechtige herdenking van het inwijdingsfeest van een nieuwe kerk. Dit gebruik verdween als gevolg van de hervorming. In de vorige eeuw kreeg de kennis een andere betekenis en werd het een amusementsaangelegenheid. Tussen 1809 en 1812 worden er al kermissen in deze gemeente vermeld en wel in het Frans vanwege de inlijving bij Frankrijk. Alleen de gegevens van Hemen en Leur kwamen voor op de ‘Tableau des foires’. Hernen mocht in september en Leur in oktober drie dagen kermis houden. In Hernen was bovendien op 28 april een marktdag. Tussen 1839 en 1844 was de kennis in Hernen op de eerste zondag van september. Viel die zondag op 8 september (geboortedag Maria) dan werd de viering acht dagen uitgesteld. In die tijd was blijkbaar nog niet bekend dat 8 september nooit de eerste zondag van de maand kon zijn. De kermis in Leur was op de eerste zondag van oktober en in Bergharen tegelijk met de Wijchense kermis in september. Tot 1914 zijn die data zo gebleven.

Van 1914 tot en met 1918 vervielen de kermissen in verband met de eerste wereldoorlog. In 1919 gingen de kermissen weer door. In 1922 werden als data vastgesteld: in Leur de laatste zondag van augustus en in Hemen en Bergharen resp. de eerste en tweede zondag van september. Toen enige leden de wenselijkheid uitspraken om het dansen op zondag te verbieden, werd uiteindelijk goed gevonden om de beslissing daarover aan de burgemeester over te laten. De burgemeester hanteerde daarbij blijkbaar de zondagswet, want op 7 juli 1922 besloot de raad in plaats van zondag te lezen maandag en zo werd de zondagswet geëerbiedigd. Op 30 april 1926 werd daar in de raad nog eens over gesproken, maar in die tijd, vlak na de watersnood, werd zelfs het besluit genomen in dat jaar de kermis niet door te laten gaan. Datzelfde gold voor de crisistijd. In enkele gemeenten in Maas en Waal was in 1932 daar om gevraagd en Bergharen beloofde daarop in te gaan als ook Wijchen dat zou doen. Ook toen waren er blijkbaar al nauwe betrekkingen met die gemeente. Achteraf bleek, dat de kermislust toch erg groot was en in de meeste plaatsen ging de kennis toch door. Op 9 augustus besloot de raad de kermis ook hier door te laten gaan. Raadslid Sommerdijk uit Hemen, die zelf een jong gezin had, vroeg de prijs per rit van een draaimolen te verlagen van een dubbeltje op een stuiver. De voorzitter beloofde dit te bespreken als zich een draaimolenhouder zou aanmelden.

In 1933 diende de werkliedenvereniging zelfs een verzoek in om de kermis niet door te laten gaan. De voorzitter was het daar mee eens. Hem had zelfs een moeder van een groot gezin gevraagd zijn invloed aan te wenden om de kermis dit jaar af te schaffen.

Wethouder Jan van Mullekom en raadslid Hendrik Jacobs – overigens beiden vrijgezel – waren het daar mee eens. Wethouder Willem van Bronkhorst – ook al vrijgezel – had echter een ander standpunt. Hij dacht dat de kermisklanten dan toch elders kennis gingen vieren en dat was niet in het belang van de herbergiers ter plaatse. Bij de stemming bleken alleen wethouder van Mullekom en raadslid Jacobs tegen te zijn, zodat crisis en kermis toch maar een compromis moesten vinden.

Vrijgezel Jacobs was tegen de kermis in de crisistijd.

In 1934 liet de Commissaris der Koningin weten, dat de kermissen goed waren verlopen, maar die kermis in Bergharen bracht niets op, dit in tegenstelling tot 1935, toen er f 771,50 binnen kwam. In de oorlogsjaren lag alles stil. Na de oorlog werden eerst bevrijdingsfeesten gevierd en kwamen de danstenten en de kermisspullen weer te voorschijn. Al spoedig herleefden de kermissen en het voordeel was, dat de mensen meer geld hadden te verteren. In de oorlog kon er weinig opgemaakt warden en toch was er met wat handel iets te verdienen. Als kermisdata werden hier vastgesteld voor Leur de laatste zondag van augustus, voor Hernen de eerste en voor Bergharen de tweede zondag van september. Voor Leur was de kermis hierna spoedig ten einde en in Hernen en Bergharen werden de data in 1958 gewijzigd in tweede en derde zondag van juli.

Tot nog toe was het de gewoonte de kermissen te houden bij een café. In Hernen was dat geen probleem, want er was slechts één café, doch in Bergharen werd er door een paar caféhouders ingeschreven bij het leven om de danstent te mogen zetten. De rest van de kermisvermakelijkheden kwam er dan automatisch bij. Het ging dan meestal tussen de caféhouders Fleuren en Coppes, beiden in de Grotestraat en een enkele keer deed ook de Tolbrug mee en met succes. In 1927 is het al de bedoeling geweest een vast terrein voor de kermissen aan te wijzen en daartoe werd een uitgegraven strook langs het Uilengat met zand dicht gestort. Het is echter nooit als zodanig in gebruik genomen en thans is het een geiten- en eendenweitje, waar het gehele jaar plezier mee is te beleven voor klein en groot.

In 1959 kwam toch de opvatting weer naar voren, dat er een vaste plaats moest worden aangewezen. Dat was een gevolg van het feit, dat de stroomvoorziening voor een aantal vermakelijkheden onvoldoende was en de gemeente een zogenaamde kermisaansluitkast moest bouwen. Het werd te duur om dit op meerdere plaatsen te doen en daarom werd als locatie uitgekozen het oefenterrein van de voetbalvereniging Uni. Dat ging wel. De locatie was gunstig, bijna midden in het dorp, maar de hang naar een plaats bij een café was voor de kermisexploitanten net zo goed als voor de caféhouders. In 1963 werd het nog eens geprobeerd met het verzetten van de datum naar de laatste zondag van mei en in 1964 werd het weer geprobeerd op de eerste zondag van september. In 1965 vroegen twee kasteleins om weer over te stappen naar de laatste zondag in mei. Uiteindelijk werd in 1966 als datum bepaald en tot nu toe gehandhaafd de drie Pinksterdagen.

Een der geiten langs het Uilengat.

Ook de kermis op het Uniterrein was geen lang leven beschoren. Na een paar jaar werd deze definitief overgeplaatst naar de Dorpsstraat en iedereen heeft de kans gekregen aldaar een danstent te plaatsen.

De zaterdagavonden vóór de kermis is de tent in Hemen altijd al voor de voetbalclub geweest, maar ook tijdens de kermisdagen. In Bergharen heeft de muziek-vereniging dit jaren gedaan, maar deze werd tenslotte gedeeld met voetbalvereniging Uni en nu doen het de voetbalclub en de motorclub de Zandduivels samen. Een mooie bron van inkomsten, welke echter hard nodig is om de verenigingen op een goed peil te laten draaien. Met de meeste kermis-exploitanten is het zo geregeld dat zij de kermis voor een aantal jaren pachten. Zodoende is er een vaste kern ontstaan en er zijn dan ook de laatste jaren weinig problemen geweest. Een van de exploitanten komt al meer dan 25 jaar in Bergharen en in Hemen.